Toch een blog

Omdat niet alles in een Tweet past

Herinneringen

Voorlezen voor mensen met een visuele beperking

Het menselijk geheugen is best een raar ding. Herinneringen vervagen, veranderen en kloppen soms gewoonweg niet. Onze hersenen zijn nu eenmaal geen harde schijf en ons onderbewustzijn veranderd onze herinneringen ongemerkt met de tijd telkens een heel klein beetje. Onze herinneringen zijn niet objectief.

Ik sprak laatst met iemand over zomer- en wintertijd en over tijdzones. In Nederland kennen we bijvoorbeeld sinds 1940, inderdaad dankzij de Duitse bezetter, de middel-Europese tijd (CET). Daarvoor kenden we in Nederland de Amsterdamse tijd, die hierop ongeveer 20 minuten achterliep en nog veel vroeger had elke dorp en elke stad zo ongeveer zijn eigen tijd, die afhing van de nauwkeurigheid van de kerkklok.

Ik herinnerde me tijdens dit gesprek opeens dat ik vroeger met mijn ouders, ik moet een jaar of zes zijn geweest, elke zomer wel naar familie in Duitsland ging en dat er dan een uur tijdsverschil was. Ik had ooit al eens gelezen dat we sinds 1940 in Nederland in dezelfde tijdzone zitten als onze Oosterbuur, dus ik twijfelde aan mijn herinnering en wilde zeker weten of deze wel klopte.

Omdat ik twijfelde aan mijn herinnering ben ik gaan zoeken en wat bleek? In Europa is niet in alle landen tegelijk de zomertijd ingevoerd. In Nederland in 1977 en in Duitsland pas in 1980. Mijn herinnering klopte dus. Drie jaar lang, van mijn zesde tot en met mijn negende levensjaar, moesten wij elk bezoek aan Duitsland ons horloge een uur naar achteren zetten. Het was er een uur vroeger dan in Nederland. Dat, samen met het wisselen van guldens naar Duitse marken aan de grens, maakte dat een indrukwekkende belevenis die mij, drieënveertig jaar later gewoon is bijgebleven.

Later bedacht ik me ook nog dat we met nieuwjaar de familie in Duitsland wel om twaalf uur ’s nachts belden om ze het aller beste voor het komende jaar te wensen.

Grappig hoe je zo opeens een herinnering naar boven kunt halen die verdwenen leek te zijn.

Een nieuwe kans

Voorlezen voor mensen met een visuele beperking

We hebben tweeëntwintig jaar lief en leed gedeeld. We hebben samen drie kinderen opgevoed. We hebben verliezen meegemaakt en we hebben ontzettend leuke tijden met elkaar gehad. We hebben voorspoed gekend en helaas, maar dat hoort bij het leven, ook tegenspoed. Ik hield van haar en zij hield van mij. Ik zou, als het nodig zou zijn geweest, mijn leven voor haar hebben gegeven, ook op die tragische avond dat ik haar los moest laten en haar moest laten gaan. 

Als je iemand waarvan je zo verschrikkelijk veel gehouden hebt verliest, dan is de pijn onbeschrijfelijk. Een deel van jezelf sterft. Je hart breekt en je ziel wordt in stukken gescheurd. Een relatie waaraan na tweeëntwintig jaar een definitief einde komt omdat, zoals je het elkaar hebt beloofd, het eindigt als de dood je scheidt.



Als je hart is gebroken, maar je toch nog zo veel liefde te geven hebt, dan kan het zomaar gebeuren, ook al ben je niet op zoek, dat je iemand tegenkomt die je hart weer heel maakt en die de stukken van je ziel weer bij elkaar brengt. Dat je iemand tegenkomt waaraan je je hart weer verliest. Omdat die iemand je raakt door hoe lief ze is, hoe mooi ze van binnen is, hoe zeer ze op je lijkt en omdat ze ook nog zo veel liefde te geven heeft. Iemand waarmee je heel graag de toekomst tegemoet treedt en waarmee je samen verder wilt gaan. Waarmee je nieuwe mooie, en soms misschien ook wel minder mooie, herinneringen wilt maken. Waar je lief, maar ook leed mee wilt delen.

Je kunt, al ben je iemand verloren waar je enorm veel van hield en houdt, toch ook nog een nieuwe liefde tegenkomen. Iemand waarvan je net zo veel gaat houden zonder dat het afbreuk doet aan wat je met de ander hebt gehad. Waarbij de ene liefde niet onder doet voor de andere liefde. Volkomen anders en met een totaal ander persoon, maar ook volkomen gelijkwaardig. Een nieuwe grote liefde in je leven, een nieuwe kans om samen oud te worden met iemand waar je onvoorwaardelijk van houdt.

Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan

“Kom Bolletje, we zetten even je fiets op de kop en dan gaan we even samen die band plakken.”

Mijn ouders vonden zelfredzaamheid belangrijk. Niet in de laatste plaats omdat mijn zus en ik regelmatig lekke fietsbanden hadden en mijn vader er gewoon spuug zat van was om ongeveer drie keer in de week een band te moeten plakken. Hij vond het belangrijk dat we dat zelf konden en ik heb dan ook al jong leren banden plakken.

Je kon een keer ergens met een lekke band stranden en dan was het best handig als je met je bandenplak-setje en het pompje van de fiets zelf de boel even kon maken. Mobiele telefoons waren er nog niet en zomaar bij iemand aanbellen om te vragen of je de telefoon mocht gebruiken was best eng, ook in die tijd al.

Ik kon op mijn tiende een band plakken. Eerst deed mijn vader het voor, de volgende band deed hij het nog ene keer voor, de band daarna deden we het samen en uiteindelijk deed ik het en gaf mijn vader aanwijzingen.

Mijn vader had, en heeft trouwens nog steeds, geen geduld. Hij is het soort man dat in een winkel een volle kar met boodschappen laat staan omdat er voor hem drie mensen in de rij staan die naar zijn idee niet opschieten. Maar als het er om ging om ons iets uit te leggen of te leren dan kon zijn geduld gewoon niet op. Dan nam hij echt alle tijd om iets uit te leggen en nog een keer als je het niet begreep en desnoods nog een keer.

Zelfredzaamheid werd bij ons thuis belangrijk gevonden. Hulp vragen is prima, maar het is goed om het ook zelf even te proberen.  Zo leerde ik al vroeg een stroomstekker aan een snoer zetten, een gloeilamp vervangen, een plank op lengte afzagen en een spijker in een muur staan, maar dat gold voor mijn zus ook. Andersom leerde mijn zus sokken stoppen, een scheur in een broek repareren en een knoop aan zetten en ik ook. Zowel mijn zus als ik konden de meest basic dingen op ons twaalfde wel koken. Daarbij hield er natuurlijk wel altijd een ouder een oogje in het zeil.

Dat we zulke dingen vroeger samen thuis deden heb ik altijd leuk gevonden en ook nu nog vind ik samen met mijn kinderen iets doen heel belangrijk.

We kenden allemaal Pippi Langkous met haar motto “Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan”. Zo sta ik nog steeds in het leven en ik heb geprobeerd dit ook aan mijn kinderen mee te geven.

First date (vervolg)

Het vervolg op First date (handig om eerst even te lezen)

Het stel verlaat na de koffie en het gebakje met slagroom het terrasje aan de gracht. Door de smalle straatjes van de stad lopen ze naar een parkje en gaan aan het water in het gras zitten.

Beide blozen ze een beetje. Ze lijken elkaar wel heel erg leuk te vinden. Als als ze daar zo naar de bootjes kijken die voorbij varen, schuiven ze een beetje dichter bij elkaar en beginnen wat zachter te praten. Ze hebben het over hun kinderen, over wat ze zoal in hun leven hebben meegemaakt. Ze hebben het over serieuze dingen en maken tussendoor grapjes. Ze praten over hun gezamenlijke passies, zoals het genieten van heerlijk eten en een lekker drankje.

Hand in hand

De vrouw pakt iets uit haar tasje dat op een lippenstift lijkt. “Het is lip-balsem”, legt ze uit, terwijl ze er lachend een beetje mee zwaait. “Je hebt deze in verschillende smaakjes, zoals sinas, chocolade en deze, cola-smaak. Cola is echt mijn favoriet, die is echt heel erg lekker”.

Ze smeert een beetje op haar mond en perst haar lippen wat op elkaar om het te verdelen. De balsem gaat weer terug in haar tasje. De man krijgt een kleine glimlach om zijn mond en zijn ogen beginnen een beetje ondeugend te glinsteren als hij zegt “Nu word ik toch wel heel nieuwsgierig naar hoe jouw favoriete lip-balsem smaakt. Mag ik eens proeven?”. Hij komt een beetje dichter bij en wacht het antwoord af. Ze zegt glimlachend “Ja dat mag wel”. Hun hoofden komen nog iets dichter bij elkaar en vervolgens geven zij elkaar heel zachtjes een allereerste zoen.

First date

Voorlezen voor mensen met een visuele beperking

Waar ik vannacht over droomde zou morgen zomaar realiteit kunnen worden…

“Heb je zin in een gebakje?”
“Ja lekker, dat lust ik wel.”
“Eentje met slagroom?”
“Dat lijkt me heerlijk.”

Het is een gedeelte van een gesprek tussen een man en een vrouw op een terrasje die koffie bestellen. Beide zijn ze bijna vijftig. Twee, elk in hun eigen recht, mooie mensen die elkaar gevonden lijken te hebben. Het is net of ze elkaar al best goed kennen, maar toch ook een beetje onwennig.

Allebei hebben ze grote kinderen en een verleden waarin ze veel hebben meegemaakt. Perioden van intens geluk en van diep verdriet. Beide dragen ze een zakje met emotionele bagage bij zich. Aan hun gezichten kun je het zien, getekend door de jaren die ze achter de rug hebben. Levenservaring die zichtbaar is in hier en daar een rimpeltje en een grijze haar, maar met ogen die stralen omdat ze genieten van elkaars aanwezigheid na een periode van eenzaamheid. Een geweldige schoonheid die iedereen kan zien die ook groot geluk en intens verdriet heeft gekend.

Hij lacht als hij haar hand pakt en zij lacht terug. Een beetje onwennig. Een beetje verlegen. Na iets meer dan een week met een lange reeks berichten via WhatsApp en een aantal hele gezellige telefoongesprekjes is het hun eerste echte date.

Dit verhaal heeft nog geen einde, omdat het einde nu nog in de toekomst ligt. Voor dit moment is het alleen een prachtig stel van middelbare leeftijd op een terrasje, ergens in een mooie provinciehoofdstad in het noorden van het land, genietend van de zon en elkaars aanwezigheid. Onder het genot van een kopje koffie en een gebakje beginnen ze een leuk gesprek.

Mijn nieuwsgierigheid wordt geprikkeld door dit stel. Ik ben heel erg benieuwd hoe het tussen die twee gaat aflopen. Misschien wordt mijn bovenmatige interesse in dit tweetal wel getriggerd omdat ik de ene helft ervan ben…

Op speciaal verzoek gaat het verhaal een klein stukje verder…

Lelijk als de nacht

“Van een mooi börd köj’ neet èten”

Vanuit het Drents vertaald: “Van een mooi bord kun je niet eten”.

En zo is het precies. Uiterlijk is niet alles.

Een mooie vrouw is leuk om naar te kijken. Zeker als je jong bent is uiterlijk heel belangrijk. Het is het eerste dat je ziet en waarop je selecteert. Maar wat heb je aan een mooi plaatje als je verder niets met elkaar hebt?

Als je ouder wordt dan wint de zwaartekracht. Hier en daar krijg je een extra huidplooitje of een rimpeltje. Je haren worden grijs of dun. Je spieren verslappen en het lijf dat ooit mooi strak was zakt een beetje in.

Niet heel veel mensen worden oud en blijven zo mooi als ze in hun jeugd waren. Het lijkt me heel naar als je oud wordt en naast elkaar zit, maar elkaar niets meer te vertellen hebt. Je kunt alleen zwijgen, naast elkaar in eenzaamheid.

Het is veel belangrijker dat je met iemand samen bent die weet hoe jij je voelt en die uit genegenheid een arm om je schouder legt. Iemand waarmee je een goed gesprek kunt voeren, onder het genot van een goed glas wijn. Iemand waarmee je interesses deelt en die op een zelfde manier in het leven staat als jij. Iemand die in staat is om van je te houden, ondanks de gebreken die je misschien zelf als mens ook hebt. Onvoorwaardelijk omdat die jou ook mooi vindt.

Zo werd ik op een ochtend wakker en bedacht ik voor mijn lief:

Ik las vannacht,
nadat ik het had opgeschreven,
Ik weet niet hoe ik er op kom,

misschien wel eens gelezen:

Al was je lelijk als de nacht,
dan nog zou ik je beminnen.
want hoe je het ook wendt of keert,

ware schoonheid zit van binnen.

Dat is de kern waar het om draait. Ja, uiterlijk speel, zeker in eerste instantie mee, maar uiterlijk is niet het aller belangrijkste. Kijk er doorheen en je ziet de echte mens die voor je staat. Misschien wel iemand waarvan je kunt houden en die je nooit meer los wilt laten.

Grasduinen door oude bestanden

Ik vond een oud cd’tje. Je weet wel, zo’n glimmend schijfje dat je in een lade legde en dat dan in je computer verdween. Nu had ik nog een dvd-speler in mijn oude laptop en wat denk je? Hij was nog leesbaar.

Ik vond een paar hele oude foto’s en sollicitatiebrieven die ik ooit geschreven had, maar ook een bestandje “midi.zip” dat er kennelijk ook op terecht was gekomen.

Ik herinnerde mij opeens dat ik, een kleine dertig jaar geleden, een beetje liep te prutsen met, wat toen een hele moderne pc met midi-kaart was en een keyboard om wat deuntjes te maken. Daarna ben ik het eigenlijk een beetje vergeten, maar het backupje had ik nog.

Een van de eerste deuntjes die ik had bedacht en gemaakt was deze. Met nu bijna pre-historische techniek, heb ik het ooit in elkaar geprutst.

Dertig jaar geleden wist ik nog niet helemaal wat ik deed. Misschien ga ik wel weer iets maken. Er kan nu veel meer en ook best een stukje hipper. Het begint wel een beetje te kriebelen in mijn creatieve teen.

Achtenveertig en weduwnaar

Bijna tweeëntwintig jaar, waarvan op één maand na eenentwintig jaar getrouwd, was ik gelukkig met de vrouw die, in mijn ogen, de mooiste en de liefste van de hele wereld was. Dit jaar, in februari, iets meer dan een maand voor ze drieënvijftig zou worden stierf ze zomaar, geheel onverwacht in mijn armen. Op mijn achtenveertigste was ik opeens weduwnaar.

Mijn hart was gebroken en ik voelde mijn ziel in stukken scheuren. Ik heb gevloekt, ik heb gescholden en zelfs gebeden of ik niet mocht ruilen. Het heeft allemaal niet geholpen. Het was afgelopen en klaar.

Hoe zeer het ook deed en doet, hoe ik haar ook mis, ik probeer mijn zegeningen te tellen.

We hebben samen drie prachtige kinderen grootgebracht. Elk met hun sterke en minder sterke kanten, maar inmiddels wel volwassen en zelfstandig. Ze staan alle drie goed in het leven.
We hadden niet veel vrienden, maar in nood leer je je vrienden kennen. Ik ben er niet één kwijtgeraakt. Allemaal stonden en staan ze voor me klaar.
Ik heb een een hele fijne schoonfamilie van zwagers, schoonzussen, schoonouders en neven en nichten. We hebben een fijne band en hebben steun aan elkaar.
Ik heb mensen leren kennen waar ik het goed mee kan vinden. Mensen die een zelfde verlies hebben meegemaakt. Waar ik mijn verhaal aan kwijt kan en die hun verhaal en hun problemen ook altijd en op elk moment met mij mogen delen.

Het verlies is niet minder, maar dat zijn wel de zegeningen die het iets minder moeilijk maken. Soms is het even heel lastig, want God wat hield ik van haar.

Lees anders ook even Pannenkoekendag over hoe we elkaar hebben leren kennen…

Pannenkoekendag

Op 10 juni is het bij ons thuis pannenkoekendag.
Dit jaar is het voor het eerst anders dan anders.

Dit jaar is woensdag 10 juni de dag dat ik, precies tweeëntwintig jaar geleden, spontaan, gewoon gezellig, pannenkoeken ben gaat eten bij een vrouw die ik had leren kennen. Die datum viel toen ook op een woensdag.

Ik had haar online al veel gesproken, wat toen best bijzonder was, want niet heel veel mensen hadden in die tijd internet. Op een feestje van een groepje mensen die op dezelfde chat-server zaten had ik haar al eens gezien en gesproken, maar een echte afspraak hadden we eerder nog niet gehad.

Ze had al twee kleine kinderen, was net gescheiden, en had geen oppas. Dat maakte het wat lastig om met zijn tweeën ergens heen te gaan. Een eerdere afspraak voor een etentje in Groningen kon niet doorgaan, dus nodigde ze me uit om, gewoon voor de gezelligheid en zonder verdere bedoelingen, bij haar thuis te komen eten. Op de vraag wat ik lekker vond zei ik “pannenkoeken”. Dat kwam goed uit, want daar waren, zoals ik wel dacht, de kinderen ook wel gek op.

We waren beide niet op zoek naar een relatie, dus het was veilig. Omdat ik van ver moest komen en de volgende dag wel weer moest werken, hadden we afgesproken dat ik op de bank zou blijven slapen.

De kinderen gingen niet heel laat naar bed en daarna deden we samen even de afwas. Het was gezellig en het werd steeds gezelliger. Uiteindelijk heb ik niet op de bank geslapen. We belandden in bed en hadden samen een hele fijne nacht.

De volgende dag ging ik naar mijn werk en ’s avonds door naar huis. We hadden een lang telefoongesprek en besloten dat het leuk zou zijn als ik dat weekend zou komen logeren om gewoon gezellig iets te gaan ondernemen. Die vrijdagavond ben ik met een tasje kleding die kant op gegaan en ik ben gewoon nooit meer vertrokken. Na twee maanden heb ik de huur van mijn appartement opgezegd, hebben we onze huisraad bij elkaar geschoven en binnen een jaar was ik met mijn Drentse schone getrouwd. Later hebben we samen nog een dochter gekregen. Ik ben dus gezegend met drie geweldige kinderen, want ze zijn me allemaal even lief.

10 Juni, voor ons pannenkoekendag, vierden we dat we “verkering” kregen.

Afgelopen februari is mijn vrouw, na een gelukkig huwelijk van bijna 21 jaar, plotseling overleden. Dat maakt komende woensdag een zoete dag, maar wel met een bitter randje.

Toch gaan we het vieren!

Katjesdrop

“Opa?”
“Ja Bolletje”
“Mijn benen zijn moe”
“Kijk Bolletje, daar is een bankje. Zullen we daar even gaan zitten?”
“Ja opa. Dat is goed.”

Als kind vond ik het altijd geweldig om bij mijn opa en oma te logeren. Mijn vader was enig kind en mijn zus en ik waren de enige kleinkinderen. Opa was met pensioen en ze hadden altijd alle tijd voor ons. Logeren bij opa en oma was altijd een feestje want we werden verschrikkelijk in de watten gelegd en kregen alle aandacht. Vaak logeerden mijn zus en ik er apart.

Opa en oma aten warm tussen de middag en als we er als kind logeerden dan mochten we altijd kiezen wat we gingen eten. Voor mij was dat gekookte bietjes met aardappelen en draadjesvlees met ouderwetse èchte jus. (Het water loopt me nog in de mond als ik er aan denk). Als toetje kregen we altijd zelfgemaakte custard-vla. Ik verheugde me altijd enorm op het middageten en ik bezwoer als zes-jarige telkens dat ik later, als ik groot was, toch echt met oma ging trouwen.

Opa en oma hadden allebei geen rijbewijs en een auto was er ook niet. Maar opa had wel een fiets, een ouderwetse Gazelle met een terugtraprem en achterop de bagagedrager zat een dubbele fietstas.

Mijn oma ging tussen de middag rusten. Ze had zo’n lekkere stoel waarbij, als je aan een hendel trok, een voetensteun naar buiten kwam en de rugleuning naar achteren ging. Hoewel ik mij echt kon verheugen op het eten, kon ik er bijna niet op wachten tot mijn oma, na de warme lunch, even ging rusten, want dan ging ik met opa op pad.

Als oma lag te rusten dan kwam de fiets van opa uit de berging en werd ik achterop gezet, met de benen in de fietstassen en dan fietsten we vaak naar park Berg en Bos, een kleine tien minuten fietsen. De fiets werd voor het park op slot gezet en dan gingen we wandelen.

Mijn opa hield van de natuur. Hij kende alle vogels, alle bomen en planten en wist enorm veel en mooi te vertellen over alle dieren die in het park leefden. Zo wandelden we door het park. Langs de grote vijver, richting de Acacia-hal met het grote veld en dan een paadje af langs een van de vele sprengen-beekjes die door het park liepen. En als ik moe was, dat stopten we even. Uit zijn zak kwam dan een boterhamzakje met katjesdropjes. Ik kreeg er dan een. En even verderop op het bankje, kwam er uit zijn jaszak een appel en een aardappelschilmesje. Dan aten we samen een appeltje.

Ik ben eigenlijk niet heel gek op drop. Ik lust het wel, maar mijn favoriet is dan toch de ouderwetse katjesdrop. Eigenlijk ben ik ook niet zo heel dol op wandelen, maar het gezelschap maakt veel goed en ik heb op latere leeftijd geleerd dat het me soms heel goed helpt om mijn gedachten op een rijtje te zetten en vervelende dingen van me af te schudden.

Ik ben nog steeds enorm dankbaar dat ik deze ervaringen heb en dat ik mijn grootouders heb mogen kennen. Van hun heb ik geleerd dat iets kleins geven, zoals aandacht en tijd, enorm waardevol kan zijn. Als je iets kleins met veel liefde geeft, kunnen dure cadeaus daar bij lange na niet tegenop.


Goedemorgen

Heb ik dat?

Loop ik naar het koffieapparaat in mijn kantoortje, druk op het knopje voor koffie en loop even weg om iets te pakken.

Ik kom terug, dikke bende.

Vergeten het kopje er onder te zetten. Dat was wat ik wilde pakken….

Ik heb zo’n gevoel dat het vandaag niet helemaal mijn dag gaat worden. Mijn bed weer induiken is geen optie. Misschien kijken of ik zo’n bom-pak van de EOD kan lenen voor grotere ongelukken?

Waarom toch een blog?

Hoewel ik geen “schrijver” ben is het voor mij een prettige manier om mezelf te uiten. Vocaal vind ik mijzelf niet zo heel sterk. Het is niet dat ik niet graag praat, ik lul de hele dag wel door. Maar heel ad-rem in een gesprek reageren is niet mijn sterke kant en dat is een van de redenen dat ik mijn werk graag op de achtergrond doe. Ik treed alleen op de voorgrond als het nodig is. Een andere reden is dat ik het leuk vind om dingen voor te bereiden, vorm te geven en werkend te krijgen. Als ik daardoor iemand kan oppoetsen, dan laat die maar lekker “shinen”. Vind ik mooi.

Ik ben iemand die zich makkelijk uit in chats, tweets of persoonlijke geschreven berichtjes. In persoonlijke berichtjes kan ik precies neerzetten hoe ik het bedoel en de tijd nemen om het goed de formuleren, al druk ik soms wel net iets de snel op verzenden. Ik vind het leuk om mensen te prikkelen om na te denken of te reageren. Ik probeer om dat nooit negatief te doen, maar kan wel heel direct zijn. “There’s a fine line between being blunt and being rude”.

Heel soms heb ik de behoefte om iets met de wereld te delen. Misschien is er maar één iemand die het ziet, misschien ook wel helemaal niemand. Dat doet er niet toe. Ik ben het kwijt, het staat er en iedereen kan het lezen.  Soms is daarvoor een Tweet te kort.

Ik begin dit blog vandaag omdat ik opeens de behoefte heb om dingen van me af te schrijven en dingen wil delen. Daarmee begin ik ergens later vandaag, of morgen.

Daarom dus toch een blog.

Misschien lees ik over 20 jaar honderdduizenden berichtjes terug. Misschien staat de site volgende week al weer op zwart. Ik weet het niet. We gaan het zien.

© 2020 Toch een blog

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑